Soorten chemo

Chemotherapie kan op verschillende manieren worden ingenomen of toegediend:

  • Rechtstreeks in een ader (intraveneus) of slagader (intra-arterieel): met een injectie of door een infuus.
  • Door de huid: met een injectie onder de huid (subcutaan) of in een spier (intramusculair).
  • Via de mond (oraal), door middel van inname van tabletten, drankjes of capsules.

Welke methode er bij jou gebruikt zal worden hangt af van de soort chemotherapie, en factoren als je gezondheid, type kanker, stadium van de ziekte.

Door een injectie of infuus in de ader of slagader

Bij deze vorm van chemotherapie druppelt de chemo via een slangetje in een ader. Dit heet een infuus. Een van te voren afgemeten hoeveelheid van de chemo wordt gegeven via een speciale slang. Medicijnen om misselijkheid of braken onder controle te houden of te voorkomen kunnen ook op deze wijze gegeven worden.
Meestal wordt aan het begin van elke behandeling een dunne naald in een ader van de onderarm of de hand ingebracht en verwijderd aan het einde van de sessie. De tijdsduur van het toedienen kan variëren van vijf minuten tot enkele uren en soms worden de medicijnen continu toegediend. Dit is afhankelijk van de dosering, de soort chemotherapie en het toedieningsschema.
Een infuus kan om verschillende redenen worden aangelegd, onder andere omdat:

  • de chemo beslist niet buiten het bloedvat mag worden gespoten. Een infuus is dan een 'zekerder' manier van toediening.
  • de chemo moet worden verdund.
  • met een infuus is de snelheid van toediening goed te regelen. Sommige cytostatica worden snel toegediend, andere langzaam gedurende een periode.

De behandeling is normaal gesproken niet pijnlijk. Laat je arts of verpleegkundige meteen weten of je een branderig gevoel of juist kou ervaart als de naald met medicijn wordt toegediend. Laat het ze meteen weten als je ook maar enig ongemak ondervindt.
Je zult het infuus meestal in het ziekenhuis of in de polikliniek ontvangen. Tijdens de toediening van de medicatie kun je lezen, televisie kijken of naar muziek luisteren terwijl je in een comfortabele stoel zit. Soms is het fijner of beter om op een bed te liggen tijdens de toediening van chemotherapie.
Soms kan een naald niet gemakkelijk in de hand of arm worden ingebracht, bijvoorbeeld omdat daar al vaker is geprikt. Als dit het geval is, wordt er een tijdelijk plastic buisje in je borst, arm of been geplaatst. Dit heet een porth-a-cath. Meestal is deze methode niet pijnlijk en je hoeft je geen zorgen te maken dat de porth-a-cath los raakt. Je kunt je normaal bewegen. De porth-a-cath wordt verwijderd als de behandeling is afgerond.

Door middel van een injectie onder de huid of in een spier

Chemotherapie kan soms worden geïnjecteerd met een naald en een spuit in een spier of onder de huid, of direct in de omgeving van een kankergezwel op de huid. Deze vorm van chemotherapie kan ook in de polikliniek plaatsvinden. Veel mensen kunnen kort na de injectie gewoon weer naar huis gaan.


Via de mond (oraal)

Orale chemotherapie gebeurt in de vorm van pillen, capsules of drankjes die kunnen worden ingenomen. Dit type van chemotherapie kun je thuis of op het werk innemen. Maar ook al ontvang je deze vorm van chemotherapie, je zult toch regelmatig je arts of oncologieverpleegkundige moeten bezoeken. Je arts zal het resultaat van de therapie op de tumor regelmatig controleren zodat hij kan inspelen op veranderingen.
Vrij geregeld heb je meer dan één chemotherapie nodig. Als je denkt dat je in de war raakt over wanneer je welk medicijn moet gebruiken, raadpleeg dan je arts of apotheker, samen kun je een innameschema opzetten.


Waar wordt chemotherapie gegeven?

In het algemeen ga je voor het toedienen van de medicijnen naar de polikliniek, de afdeling voor dagopname of een verpleegafdeling in het ziekenhuis. Cytostatica in de vorm van tabletten of capsules kunnen thuis worden ingenomen. Voor bepaalde kuren is opname in het ziekenhuis nodig.
Normaal gesproken wordt enkele dagen voor de toediening van de chemo of op de dag zelf bij jou bloed afgenomen om onder meer het bloedbeeld te bepalen. Het kan voorkomen dat een (vervolg)kuur wordt uitgesteld als de witte bloedcellen (met name neutrofielen), bloedplaatjes (trombocyten) of de nierfunctie nog niet voldoende zijn hersteld. Zie ook bijwerkingen.
Het is belangrijk om op de hoogte zijn van alle details van de chemotherapie. Ontdek meer over de frequentie van de behandeling, hoe het werkt en waarom sommige mensen bijwerkingen ervaren. Je kunt ook een lijst samenstellen met informatie, vragen en tips over bijwerkingen in je persoonlijke chemoplan.