Familie en vrienden

Familie en vrienden

Kanker raakt iedereen in je naaste omgeving, vooral familieleden en vrienden. Echtgenoten, partners, kinderen en vrienden zijn vaak even bezorgd en angstig als jij. Daardoor kunnen emoties hoog oplopen. Hierdoor ervaren patiënten vaak dat ze anders benaderd worden of niet meer benaderd worden. Dit komt vaak voort uit het feit dat naasten bang zijn om op de vraag ‘hoe gaat het?’ het antwoord ‘niet goed’ te krijgen. Men weet niet hoe hierop te reageren. Het komt nogal eens voor dat patiënten vrienden verliezen in tijde van ziek zijn en dat mensen van wie zij het niet verwacht hadden ineens een belangrijkere rol gaan spelen in hun leven. Zelf kun je familie en vrienden helpen om beter om te kunnen gaan met jouw ziekte en ze te helpen dit te verwerken:

  • Leg hen uit wat jou in iedere fase van jouw behandeling te wachten staat zodat zij weten wat ze kunnen verwachten.
  • Je kunt ze ook betrekken bij gesprekken met je arts of oncologieverpleegkundige.
  • Geef je familieleden of vrienden een taak. Bijvoorbeeld, vraag hen om eten voor je te maken of boodschappen te doen.
  • Verder helpt het de naasten vaak om praktische klusjes zoals boodschappen uit te laten voeren, omdat zij zo het gevoel hebben iets te kunnen doen voor de patiënt. Op die manier kan de patiënt de naaste helpen om te gaan met zijn/haar emoties.
  • Bedenk of en hoe je naasten wilt informeren over hoe het met je gaat. Staat de deur altijd open? Wil je enkel op gezette tijden bezoek ontvangen? Wil je telefonisch contact? Informeer je naasten het liefst per mail over hoe het met je gaat? Zorg ervoor dat je zelf de regisseur bent, je moet duidelijk aangeven wat je wel/niet wilt en waar je wel/geen behoefte aan hebt.
  • Laat ze de informatie lezen die jij verzameld hebt. Geef ze brochures of links naar websites.

Kinderen en kleinkinderen
Kinderen voelen vaak eerder dan jij dat er iets aan de hand is. Het is heel belangrijk dat jij jouw (klein)kinderen informeert over jouw ziekte en het behandelingstraject dat je te wachten staat. Vooral als de kinderen klein zijn zal je moeten proberen om het op hun niveau uit te leggen. Misschien begrijpen ze niet goed wat de eventuele consequenties van jouw ziekte en behandeling zijn. Het is daarom raadzaam om de informatie af en toe te herhalen of opnieuw uit te leggen. Wees open en eerlijk. Praten met (klein)kinderen over jouw ziekte kan zeer confronterend zijn. Je kunt hulp vragen. Jouw arts en oncologieverpleegkundige kunnen alle vragen die het kind heeft beantwoorden.

De ervaring leert dat kinderen soms enge gedachten hebben bij wat chemotherapie is. Terwijl er in feite weinig ‘spannends’ gebeurd op de behandelkamer. Papa of mama ligt in een bed of zit op een stoel en leest een boekje, kletst wat met bezoek, gaat even slapen, etc. Ik raad altijd aan kinderen die in een leeftijd zijn waarvan de ouder inschat dat zij het aan kunnen of nodig hebben, mee kunnen komen om een keer te kijken wat er gebeurd. Dit voorkomt dat het kind in zijn/haar hoofd enge gedachten ontwikkeld. Bijvoorbeeld langs komen met een opa of oma terwijl papa of mama behandeld wordt (nadat het infuus geprikt is).

Het KWF (kankerbestrijding) heeft een folder ‘Kanker…en hoe moet het nu met mijn kinderen?’ die geschreven is voor een ouder met kanker. Deze is terug te vinden op de website van het KWF. Voor kinderen is er ook een leerspel met uitleg over chemotherapie van het Erasmus MC/Sophia Kinderziekenhuis.