Lange termijn bijwerkingen

Vermoeidheid
Vermoeidheid en futloosheid zijn vaak gehoorde lichamelijke klachten tijdens en na de chemotherapie en zijn bijwerkingen die langdurig kunnen voorkomen. Dat kan zeer vervelend zijn. Het is goed om uit te zoeken wat voor soort vermoeidheid en wanneer je deze hebt. Dan kun je er iets aan gaan doen of er mee leren omgaan.

Signalen van vermoeidheid zijn:
Moeheid, duizeligheid, hoofdpijn, bleke kleur, kortademigheid, concentratieproblemen en hartkloppingen. Problemen met het uitvoeren van dagelijkse taken, vergeetachtigheid, weinig interesse.

Voeding en beweging zijn manieren om met je vermoeidheid om te gaan. Ga bijvoorbeeld op fysiofitness of schrijf je in voor een revalidatieprogramma. Jouw arts of verpleegkundige kan je daar meer over vertellen.

Overgangsklachten
Chemotherapie kan het aantal hormonen verminderen die door je eierstokken worden geproduceerd. Daardoor kunnen de perioden dat je ongesteld bent verminderen of helemaal ophouden tijdens de behandeling. Als dit gebeurt, kun je ook last krijgen van overgangsverschijnselen zoals opvliegers en vaginale droogheid. Dit kan seksuele problemen geven en ook de kans op een infectie of blaasontsteking vergroten. Neem dan gelijk contact op met de oncologieverpleegkundige of arts.
Als de overgangsklachten door de chemotherapie worden veroorzaakt kan dit tijdelijk of blijvende klachten veroorzaken.

Als je last hebt van overgangsklachten is het goed om dit bij te houden en je arts tijdig te informeren naar een goede behandeling of manieren om ermee om te gaan.

Vruchtbaarheid
Chemotherapie kan van invloed zijn op je seksuele organen en hoe ze werken, maar dat hoeft niet. Je leeftijd, je algemene gezondheid, medicatie en de soort en dosering van de chemotherapie die je krijgt, bepalen of je vruchtbaarheid wordt aangetast door de behandeling. De effecten op de vruchtbaarheid kunnen van tijdelijke aard maar soms ook blijvend zijn.

Emoties, angst en depressie
Als je een volgende behandeling moet ondergaan of opnieuw een controle krijgt, kan dat ervoor zorgen dat je bang of angstig wordt. Hoewel angst een gevoel is en eigenlijk een emotionele toestand aangeeft, kan het ook effect hebben op je lichaam. Praat met je arts en oncologieverpleegkundige over je angstgevoelens. Door de symptomen van je angst te herkennen kun je leren hier beter mee omgaan.

Tips:

  • Praten met iemand die kanker heeft gehad, ervaringen delen met een lotgenoot, kan helpen bij het beter omgaan met je angst en stress gevoelens.
  • Deel je zorgen en problemen met je arts en oncologieverpleegkundige, zij kunnen je helpen.
  • Praat erover met familie of vrienden. Bepaal zelf hoeveel je wilt weten over kanker. Sommige mensen worden angstig omdat ze te weinig informatie hebben, terwijl anderen zich beter voelen als ze niet alles precies weten.
  • Een dagboek bijhouden over je ervaringen tijdens de behandeling kan helpen om je angstgevoelens los te laten. Vergeet niet om juist ook de positieve zaken op te schrijven. Deze kunnen helpen als je je down voelt. Het kan zijn dat je nieuwe krachten in jezelf en anderen in je omgeving gaat ontdekken.
  • Leer te mediteren of probeer ontspanningsoefeningen.
  • Probeer voldoende en gezond te eten en probeer zoveel mogelijk in beweging te blijven.
  • Ook in deze fase is het handig om een lijst met informatie, vragen en tips samen te stellen in een overzicht.