Vermoeidheid

Vermoeidheid en futloosheid zijn vaak gehoorde lichamelijke klachten tijdens en na de chemotherapie en de bijwerking die langdurig kan voorkomen. Een van de mogelijke oorzaken is een tekort aan rode bloedlichaampjes, ook wel anemie genoemd.

Normaal:
Rode bloedcellen zijn de meest voorkomende cellen in je lichaam en zorgen voor het transport van zuurstof van je longen naar alle delen van je lichaam. Ze voeren koolstofdiozide weer af. Hemoglobine is de stof in de rode bloedcel die zuurstof bindt.

Anemie:
Chemotherapie kan het aantal en de aanmaak van nieuwe rode bloedcellen verminderen. Hoe lager het aantal rode bloedcellen, des te moeilijker is het om zuurstof naar je organen en weefsels te transporteren. Anemie hoeft niet levensbedreigend te zijn, maar kan er wel voor zorgen dat je heel moe, duizelig of kortademig bent en bleek ziet.

Vermoeidheid kan een behoorlijke invloed hebben op je dagelijks functioneren tijdens de chemotherapie.

Signalen zijn:
Vermoeidheid, duizeligheid, hoofdpijn, bleke kleur, kortademigheid, concentratieproblemen en hartkloppingen.

In het ziekenhuis wordt je bloed regelmatig gecontroleerd op het aantal rode bloedcellen. Als dit te laag is, kan er een behandeling worden gegeven:

  1. Met medicijnen die de productie van rode bloedcellen in je beenmerg stimuleert. Deze worden altijd door een arts voorgeschreven.
  2. Bij ijzer tekort, aanvullend ijzer. Dit wordt altijd door een arts voorgeschreven.
  3. Bloedtransfusie in het ziekenhuis waar je donorbloed krijgt met voldoende rode bloedcellen. Dit is vaak een kortdurende oplossing en wellicht heb je vaker een bloedtransfusie nodig.
  4. Dieet met hoge voedingswaarden, die de aanmaak van rode bloedcellen ondersteunt.

Bewegen is belangrijk bij vermoeidheid. Er zijn veel bewegingsprogramma’s voor mensen met kanker. Vraag ernaar bij je oncologieverpleegkundige.

Tips:

  • Houd een dagboekje bij. Je kunt daarin aangeven wanneer je je het meest vermoeid voelde en wanneer je voldoende energie had.
  • Plan activiteiten op tijden waarop je de meeste energie hebt.
  • Geef aan wanneer je extreem vermoeid raakt en wat je dan wel of niet meer kan. Daarmee heeft de verpleegkundige en de arts een goed beeld van je vermoeidheid.
  • Maak prioriteiten en doe de meest belangrijke dingen eerst.
  • Blijf in beweging. Lichte beweging zoals wandelen kan helpen. Vraag je oncologieverpleegkundige, fysiotherapeut welke oefeningen je kunt doen.
  • Ga zuinig om met je energie. Als je dagelijkse werkzaamheden of huishoudelijke taken doet, probeer ze uit te besteden of zoveel mogelijk zittend te doen.
  • Probeer genoeg te eten en veel te drinken.
  • Een regelmatig slaappatroon is belangrijk. Korte slaapjes tussendoor overdag zijn goed, maar bewaar de meeste slaap voor ’s nachts.
  • Probeer jezelf te ontspannen en afleiding te zoeken door muziek te luisteren, TV kijken of mediteren.

< terug naar meest voorkomende bijwerkingen